In Geen categorie

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 24 maart 2018

Gebed van een ezel

Morgen is het Palmpasen, de zondag voor het Paasfeest. Dan lezen we in onze kerk het verhaal van Jezus die op een ezel Jeruzalem binnenrijdt. Het is bij ons in de gemeente de enige zondag in het jaar dat we een dier als gast in onze dienst ontvangen.

Een ezeltje komt de kinderen ophalen en met hun mooi versierde Palmpasenstok trekken zij vervolgens in lange stoet achter hem aan het dorp door. Daarna komen we terug in de kerk, krijgt de ezel een wortel en wij brood en soep.

Ik heb iets met ezels. Ze zijn vriendelijk, een beetje onbeholpen en kunnen heel meegaand zijn. Dan staat onze ‘ezel van dienst’ heel rustig voor in de kerk en laat al onze kerkdingen rustig langs zich heengaan. Soms ook zijn ezels dwars, en tonen ze duidelijk karakter. Nee, het zijn niet zomaar meelopers.

Jezus had ook iets met ezels. Waar koningen en veldheren in zijn tijd hun intochten hielden op een paard – in die tijd het dier dat gebruikt werd in de oorlog – rijdt Jezus de stad binnen op een ezel, dat in zijn dagen gebruikt werd op het land; een werk- en lastdier.

Voor wij achter de ezel onze kerk uitgaan, bid ik altijd het ‘gebed van de ezel’, dat ik ooit voor de Palmpasendienst maakte:

Lieve Heer, een beetje verlegen bid ik tot U.

Ik behoor tot uw schepselen,

niet tot de meest perfecte.

Ik ben dan wel een ezel,maar zelfs ik begrijp dat ze mij vaak uitlachen.

Behoorlijk koppig, dom, en eigenlijk alleen geschikt voor het zware werk.Geheel anders dan mijn verre neef, het paard.

Hij heeft alles mee.

Sierlijk en mooi; kracht en elegantie;

Het straalt af van dit edel dier.

Bij een paard zeggen ze ‘hoofd’,

Bij een ezel ‘kop’; dat maakt veel duidelijk.Mijn neef het paard is gevreesd in de strijd.

Daar kan ik niet aan tippen.

Daar ben ik niet snel en wendbaar genoeg voor.

Waar ik goed in ben, is het gewone:

slepen en dragen en sjouwen.

En niet slechts even,

maar gewoon alle dagen door.Ik ben een goede drager,

maar wel op mijn eigen wijze.

Laat mij op m’n tijd luid balken en protesteren

en gun het mij, wanneer het even niet wil,

stokstijf te blijven staan.

En vergeef mij al mijn dwarsigheden;

dragen valt niet altijd mee.

Ach, ik ben tenslotte

niet de meest perfecte van uw schepselen.Dat ik tot U durf te bidden,

is omdat ik hoorde dat uw zoon

een van ons heeft uitgekozen

om de stad Gods binnen te rijden.

Ze zeggen dat hijzelf

ook nogal wat te dragen had.

Daarom bid ik U voor al uw schepselen

die dragen en verdragen.

Niet zonder slag of stoot,

dragen rijmt immers op vragen,

en rijmt op klagen.

Maar wees met alle dragers samen,

Amen.