In Geen categorie

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 5 mei 2018

Ben Ali Libi

Ieder jaar met 4 en 5 mei denk ik aan Ben Ali Libi. Dat wil zeggen, aan het gedicht dat Willem Wilmink over hem gemaakt heeft. Niemand zou, zonder dat gedicht, ooit van deze Joodse goochelaar uit de Tweede Wereldoorlog gehoord hebben.

Wilmink is de meester van klein en groot. Iets groots brengt hij terug tot wat klein is; en wie klein is, maakt hij groot. Ben Ali Libi was enkel een naam van op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord. Willem heeft hem voor ons allen tot leven gebracht.

Moeiteloos stapt Wilmink in zijn gedicht over van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar naar Ben Ali Libi, de goochelaar. Dat is precies waar het over moet gaan. Wij kunnen bezwaren hebben tegen een of andere politieke stroming; wij kunnen bevreesd zijn voor een ander volk, godsdienst of ras; maar handen af van de medemens, van Ben Ali Libi.

Wilmink was zelf een grote, en ook een kleine. “Willem is innerlijk altijd een jongen van een jaar of elf gebleven”, vertelt zijn vriend Herman Finkers. “Zoals een klein kind had hij last van angsten. Hij kon in paniek raken als hij een kop thee moest zetten. Daar moest je dan om lachen, tot je erachter kwam dat het echt zo was. Misschien dat hij daarom zulke ragfijne gedichten schrijven kon. Hij voelde kleine mensen en dingen aan zoals geen ander.”

De dichter van de kleinen legt de vinger bij een zere plek, ook van onze tijd. Grote schreeuwers die ons angst aanjagen voor grote risico’s die ons bedreigen, en bereid zijn daarom over de lijken van kleinen te gaan.

Voor u vandaag het gedicht over een van degenen om wie het werkelijk draait in tijden van oorlog en vrede:

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In ’t concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.