In Geen categorie

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 28 april 2018

Belasting

Pak van mijn hart: de belastingaangifte is klaar. De blauwe enveloppe ligt al weken op mijn bureau, en al die weken loop ik er zorgvuldig omheen. Ik neem mij voor aangifte te doen. Morgen.

Vandaag moet ik met ons tuinhek aan de gang. Dat moet nodig vernieuwd worden, en het is mooi weer. Dat gaat voor. Ook ligt vandaag de boot te wachten op het zomerklaar maken. Dat is eveneens een hele klus, en het wordt nog mooier weer. Dat gaat ook voor.

Zo verzin ik de ene na de andere smoes om mijn jaarlijkse belastingopgave te ontlopen. Om de een of andere reden heb ik een grote hekel aan belastingen. Niet eens aan belasting betalen, maar aan de jaarlijkse dag in de papieren duiken, alles uitzoeken en invullen.

Belasting betalen vind ik ook niet leuk, maar wel goed. Ik ben blij met het land waarin ik woon, en met alle voorzieningen waar ik gebruik van kan maken. Met de wegen en lantaarnpalen, met de politie, defensie en met alle onderwijs. Wat hebben wij het goed hier. Dat kost een paar centen, maar dan heb je ook wat.

Wat ik vooral goed vind, is dat wij in onze samenleving sociale vangnetten hebben. Ben je te oud om voor jezelf te zorgen, te ziek of lukt het niet een baan te vinden, dan springen wij met z’n allen bij. Belasting betalen is niet enkel een plicht, het is ook een recht.

Ook ons mechanisme van belasting heffen vind ik eerlijk en rechtvaardig: Over alles wat wij genieten – inkomen, luxe goederen, en zo voorts – dragen we een deel af voor algemeen gebruik. Wat je verdient en ontvangt, is niet alleen voor jezelf, maar ook voor de ander.

Zelfs Jezus vond dat je belasting moet betalen. “Geef aan de keizer wat voor de keizer is, en geef aan God wat voor God is.” Wat zou hij daar nu precies mee bedoelen? Daar zit ik een tijdje over na te denken.

“Wat voor de keizer is”, dat weet ik, want dat heb ik zojuist allemaal ingevuld. Maar wat bedoelt hij eigenlijk met “Geef aan God wat voor God is”? Is dat nou ook een soort ‘belastingsysteem’? Jazeker.

Ik heb in mijn bestaan van alles ontvangen: mensen die mij hebben grootgebracht; dierbaren met wie ik mag leven; het nageslacht dat ik mag grootbrengen. Ik heb talenten gekregen; geniet een goede gezondheid; een huis, een haard, en wat niet al.

“Voor al uw zegeningen, gekend en ongekend, herinnerd en vergeten, zeg ik U lof en dank”, bid ik alle dagen. En ook wie niet gelovig is, zal dankbaar zijn. Aan het leven, of aan de medemensen.

Ik heb veel ‘geluk gehad’ in mijn leven. En daar mag ik een deel weer van afdragen. Het inzetten waar het nodig is, geven aan wie het nodig heeft. Best mooi die belasting eigenlijk.