In Geen categorie

Langs de zee

Zet mij op het havenhoofd van Harlingen, en je hebt de rest van de dag geen kind aan me. Stavoren is ook goed, uren kan ik bij de sluis daar staan kijken. En er gaat geen zomer voorbij, waarin wij niet een paar dagen met de boot aan een of andere drukke vaart liggen, waar wij genieten van water en boten.

Ik kan me het dus goed indenken dat Jezus in Kafarnaüm, een dorp aan het meer van Galilea, is gaan wonen. En zo en dan even gaat kijken bij de vissers die hun netten uitspoelen aan de rand van het water. Ik hou immers van het water.

De mensen in het land en in de tijd van Jezus hielden niet van het water. Zij vreesden de zee. Daarin huisden de oerkrachten. Voor je het weet kun je door wind en water overvallen worden. In de zee woont het kwaad en het noodlot. Een noodlottig ongeval ligt zo maar op de loer.

Eén van de eerste dingen die over Jezus optreden gezegd wordt, is dat hij aan de zee gaat wonen en dat hij langs de zee gaat. Op de scheiding tussen land en water.

Waar het land in de zee verdwijnt…
Waar het water raakt aan het land…
Waar leven en dood elkaar ontmoeten …
Waar goed en kwaad moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, stuivertje wisselen soms …
Waar gezondheid en ziekte in elkaar overgaan …
Waar goede tijden zich paren aan slechte tijden …
Waar vreugde grenst aan verdriet …
Waar tijd en eeuwigheid elkaar ontmoeten …

Op de grens tussen veilige grond onder de voeten en wegzakken in het water, daar kun je Jezus vinden. Petrus en zijn broer Andreas zien hem al van verre aankomen. Vissers zijn ze, zij leven met de zee. Ze hebben ‘zeebenen, zee-ervaring’. Hen moet Jezus dus hebben.

Voor ze het weten zijn ze in de ban van deze rabbi die zich bekommert om mensen die leven op de rand van leven en dood. “Kom mee, ik zal jullie vissers van mensen maken.” Voor ze er erg in hebben, laten zij zichzelf vangen.

Gaan ze met Jezus mee de zee langs. Waar de dood het leven raakt, langs de grens van goed en kwaad, op het snijvlak van troost en verdriet. Daar immers, op de grens tussen veilige grond onder de voeten en wegzakken in het water, daar is Jezus te vinden.

Laat het nu uitgerekend daar zijn, waar hij zijn mensen roept. Geroepen om er te zijn voor wie leven op de randen van leven en sterven. Bij wie de zee zomaar ineens het land bestormen kan, het water soms tot aan de lippen komt, en de golven in het leven hoog gaan.

Voor het ‘vangen en opvangen’ van deze mensen, zoekt hij ‘mensen met zeebenen’ om langs het water te gaan.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 25 januari 2020. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant)