In Geen categorie

Niet alleen

Het kleine dorp waar ik dominee was heeft nauwelijks woonvormen voor ouderen. Geen verzorgingshuis, geen seniorenflat en geen aanleunwoningen. In een achterafstraatje drie bejaardenwoningen, waarvan slechts één bewoond door een dorpeling op leeftijd.

De ouderen blijven bij het ouder worden het liefst in hun eigen huis wonen. De één met een paar schapen om de deur, de ander met wat fruitbomen, een derde met een hoekje moestuin. Zij leven midden in het dorp, kennen alle dorpsbewoners, en iedereen kent hen.

De kinderen zijn hen het meest vertrouwd. Die komen dagelijks langs voor een praatje en een snoepje. Zij spreken elkaar met de voornaam aan, en met respect. Toen de school uit het dorp verdween, was dat een groot verlies. Maar ach, de kinderen houd je altijd bij je.

Behalve de kinderen in het dorp hebben de ouderen elkaar. Zij vieren hun verjaardagen gezamenlijk, gaan na de kerk bij elkaar op de koffie en op lange winteravonden rummikuppen zij samen. Voor de afwisseling soms een spelletje mens-erger-je-niet. De ouden in het dorp leven er niet alleen.

Dorpelingen die kunnen fietsen en autorijden zorgen voor degenen die dat moesten loslaten. Zij nemen de ouderen mee naar de supermarkt een dorp verderop, of bezorgen wat boodschappen bij hen thuis.

De jongeren in het dorp hebben een dorps-groepsapp aangemaakt. Daarin verdelen zij de klussen en de ritten naar het ziekenhuis en wat er zo al voor de ouderen gedaan kan worden. In een dorp sta je er niet alleen voor.

Nu is het coronatijd en maak ik me een beetje zorgen om de ouderen van het dorp. Niet over de onderlinge hulp en de boodschappen. Dat gaat wel door. Ook achter de voordeur valt men in dit dorp niet uit elkaars oog. En de telefoon bewijst goede diensten.

Ik maak me zorgen dat de ouderen de deur niet meer uit durven. Dat zij zondagsochtend met zichzelf koffiedrinken. Dat de snoepjes voor de kinderen in het trommeltje blijven zitten. Dat het enige spel van de donkere herfstavond patience is, of een puzzel van 1000 stukjes.

Mijn zorg is dat zij nu wel alleen zullen zijn. Alleen met hun bezorgdheid, alleen met hun vrees, alleen met hun verdriet. Mijn hoop is dat het dorp en de kerk ook nu wegen zal vinden om bij hen te zijn. Met mondkap en anderhalve meter maatregel en wat niet al.

Mijn grootste zorg betreft de mensen die in de steden en de grote dorpen wonen. Waar zij de mensen niet meer kennen, en niet gekend zijn. Dat zij in deze tijd alleen, echt alleen zullen zijn. Vooral diegenen die geen sociaal vangnet hebben.  

Mijn hoop is dat zij contact zullen zoeken. Met één van de vele initiatieven die onze samenleving in deze bewogen tijd onderneemt. Bij kerken en christelijke organisaties kan dat ook: www.nietalleen.nl  Voor Jan en alleman, voor Ireen en iedereen.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 24 oktober 2020. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).