In Geen categorie

De koster

Vorige week is de koster gestorven. Hij was al twintig jaar met pensioen, maar onze kinderen, inmiddels ruim 30, noemen hem nog altijd ‘de koster’. Als peuter zaten ze bij hem in de kruiwagen, als kleuter liepen ze achter zijn maaimachine – eens koster, altijd koster.

Voor mij ook. Wij werkten 15 jaar samen als elkaars steun en toeverlaat. Men vertelde hem over mijn te moeilijke liederen, en mij over zijn boenwas op de kerkbanken die afgaf op de kleding. Dat gaven wij dan aan elkaar door, en deden er beiden ons voordeel mee.

Koster en dominee, dat luistert nauw. Zij zijn meestal de enige professionals in de gemeente, hebben hun eigen verantwoordelijkheden, eigen aardigheden, en ook hun eigenaardigheden. Daar leer je over en weer handig mee omgaan. Of niet.

Een koster en een dominee hebben samen een soort huwelijk. Als dat slecht is, hebben beiden het lastig in hun werk; als dat goed is, profiteert ieder daarvan, zij zelf misschien wel het meest. Ons huwelijk was goed.

De koster en zijn vrouw waren vakmensen. Samen zorgden zij voor onze kerk. Stof noch rommel vond je daar. Hij verzorgde het kerkhof, onderhield de pastorietuin, en beheerde het gebouw. Net zwart pak en overall wisselde hij soepel af.

Zorgvuldig aan het graf was hij ook. Kwam er tijdens het delven van het graf een dorpsgenoot langs voor een praatje, dan stopte hij subiet met graven en dekte de groeve af. “Je vindt in graven van alles, daar heeft niemand iets mee te maken.”

Kosteren is een vak, was zijn overtuiging. Hij was dan ook zeer teleurgesteld dat de kerkenraad na zijn pensioen het kosterswerk grotendeels overliet aan vrijwilligers. Nog een paar jaar hebben we een parttime koster gehad, maar ook dat was tijdelijk.

Vanaf toen is in ons dorp de deur van kostersambacht gesloten. ‘De koster’ is voorgoed voorbij. Het verdriet van onze gepensioneerde koster kon ik goed voorstellen, een gemeente gediend door vakmensen is goed af.

Maar een krimpende kerk moet ook de tering naar de nering zetten. En toen deze deur sloot, ging er weer een raam open: de koster-vrijwilliger diende zich aan. Amateurs in de letterlijke zin – liefhebbers – hebben al het kosterswerk overgenomen.

Zo blij ik als dominee was met ‘mijn koster’, zo blij word ik als classisdominee nu van alle vrijwilligers. Mijn lieve hemel, wat zijn er veel vrijwilligers in de Friese kerkelijke gemeenten.

Laatst, op bezoek in een kerkenraad, hebben we geteld hoeveel werk er gebeurt in hun kerkelijke gemeente. “En in ieder woord dat u daarover opschrijft, zit wel een vrijwilliger”, zei een van de ouderlingen.

Vrijwilliger geworden omdat zij zich betrokken voelen bij de kerk. Of betrokken geraakt omdat zij vrijwilliger zijn geworden. Maar allen zetten zij zich in met ziel en zaligheid. Wanneer ik met later met pensioen ga, meld ik me aan als vrijwilliger. Liefst koster.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 15 februari 2020. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant)