In Geen categorie

Even slikken

Het pad naar mijn auto voert langs het doopsgezinde kerkje bij ons op de hoek. Dagelijks loop ik hier vanzelfsprekend voorbij, maar vandaag moet ik even slikken. Voor de kerkdeur staat een container met sloopafval. Groen geschilderd houtwerk steekt boven de rand uit. Ik ken dat houtwerk.

De kerkenraadsbank met de grote knop die je vastpakte als je de bank inschoof; de stukgeslagen groen-wit geschilderde preekstoel, ik zie nog waar het glaasje water stond; de bodemplaat met het stukje vloerbedekking waarop ik plaatsnam.

Daar ligt het bankje waarop ik leunde tijdens het zingen van de psalmen en gezangen. Er zat een stuk schuimrubber op met skai eroverheen, waar langzaam de lucht uit ontsnapte als je erop ging zitten.

Het is alweer wat jaren geleden dat ik hier zo nu en dan de kerkdienst leidde. De kerkgangers vormden een kleine kudde, en de oudere dames legden de voeten op de stoel voor hen. We kenden elkaar allen bij name en het voelde vertrouwd.

Ze hielden het lang vol samen, maar enige tijd geleden hebben de weinigen die overbleven de hoofden bij elkaar gestoken en besloten te stoppen met de kleine doopsgezinde gemeente hier ter plaatse. De leden hebben zich bij buurgemeenten aangesloten.

Het kerkje kwam te koop en ik heb nog overwogen het te kopen. Het staat op steenworp afstand van ons huis. Wanneer ik deze stukjes tik, zie ik uit mijn raam het dak van de kerk. Dat schept een band. Maar ja, wat moet je als dominee met een eigen kerk?

Het schilderachtige gebouwtje is inmiddels verkocht aan vriendelijke mensen van buiten. Het pijporgel is er voorzichtig uitgehaald en geschonken aan een kerkelijke gemeente in Roemenië. De nieuwe eigenaren gaan van de kerk een woonhuis maken, dan kun je niets met een preekstoel en kerkbanken. Vandaar dus die container.

Natuurlijk weet ik wel dat een kerkgebouw op zich niet heilig is. Protestanten kennen geen tempels – ‘waar twee of drie in zijn naam samen zijn, is de lieve Heer in hun midden’. Maar toch, wanneer een groep gelovigen een gemeente wil vormen, zoeken ze graag een ‘huis Gods’.

Dat kan een schuur zijn die met zorg en vroomheid wordt aangekleed; het kan zelfs, zoals ik dat in Indonesië zag, een huiskamer zijn die tijdelijk wordt leeggeruimd en aangepast voor de eredienst. Maar een eigen kerkgebouw, met liefde gesticht en onderhouden, heeft sinds jaar en dag de voorkeur van gelovigen.

     Dit huis van hout en steen dat lang
     de stormen heeft doorstaan,
     waar nog de wolk gebeden hangt
     van wie zijn voorgegaan

is niet voor niets een geliefd lied uit ons nieuwe liedboek geworden. U begrijpt waarom die container met gesloopt kerkmeubilair mij even pijn doet.

Niet zeuren. Had ik dat kerkje maar zelf moeten kopen. Trouwens, echte godsdienst is ‘God liefhebben boven alles, en je naaste als jezelf’. Dat zit allereerst van binnen.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 14 juli 2018. (Foto Wim Beekman:  Niels Westra, Leeuwarder Courant)