Nieuws & Activiteiten
 

De column van Wim Beekman: De kunst van het verliezen

dinsdag, 9 mei 2017
De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 6 mei 2017

 

De kunst van het verliezen

Verlies staat om de hoek van ieders leven. Het is er in soorten en maten. Van een dierbare die je kwijt raakt tot een baan die je verliest. Het een doet meer zeer dan het ander, maar elk verlies is ingrijpend.

Ergens tussen het allerergste en het overkomelijke in is er het eigen lichaam dat je in de steek laat. Zo maar ineens, hevig, bij een plotselinge ziekte. Of sluipend, langzaam maar zeker, bij het ouder worden. Over dat laatste schrijft Prediker een gedicht en zijn woorden over de veroudering van lijf en leden behoren tot de mooiste in de wereldliteratuur:

De dag waarop de wachters (armen) trillend voor het huis staan,
de sterke mannen (benen) kromgebogen voortgaan,
de maalsters (tanden) langzaamaan verdwijnen,
de vrouwen uit het venster staren (ogen) en een schaduw lijken.
Wanneer de deuren naar de straat (oren) worden gesloten,
de molen (hart) geen geluid meer maakt,
het fluiten van de vogels (stem) ijl van toon wordt,
wanneer hun lied versterft.
Je durft geen heuvel te beklimmen,
de weg is vol gevaar.
De amandelboom behoudt zijn wintertooi (wit haar),
de sprinkhaan sleept zich voort,
de kapperbes (huid) droogt uit.

De beelden die Prediker aan het slot van zijn Bijbelboek oproept, verschijnen je helder voor ogen en bij het klimmen der jaren ga je ze aan den lijve ervaren. Tussen de oren voelt dat het meest lastig. Misschien dat er daarom zoveel verdiend wordt met anti-verouderingsproducten.

Niet dat het veel helpt. Je kunt er het uitdrogen van de kapperbes even mee uitstellen. En het wit van de amandelbloesem mee verdoezelen. Maar vroeg of laat veroudert mijn lijf en laten mijn leden me in de steek. En beheers ik dan de kunst van het verliezen?

Die uitdrukking leen ik van Alice. Zij is de hoofdpersoon uit de film ‘Still Alice’. Een jonge, intelligente vrouw van rondom de vijftig, professor in de taalkunde. Zij wordt op jonge leeftijd getroffen door een zeldzame vorm van vroege Alzheimer.

Zij is gevraagd een toespraak te houden op een congres van de Alzheimervereniging: “Ik vind het heel bijzonder tot u te kunnen spreken. En natuurlijk wil ik deze herinnering vasthouden, maar ik weet dat ik het straks vergeten zal zijn. Ik verlies alles wat ik in mijn leven geleerd heb, en ik zal nog één ding moeten leren: de kunst van het verliezen.”

Na afloop van de film denk ik: Waarom zijn er zovelen die ons de kunst ons leven op te bouwen aanleren: moeder en vader, broers en zussen en vrienden, leraren en docenten, collega’s en wie niet meer?

En waarom zijn er zo weinigen die ons de kunst van het verliezen bijbrengen? Wat Prediker dicht:

Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om los te laten.